Curaçao mist filmkorting, maar houdt toegang tot andere Nederlandse subsidies

· - leestijd 1 minuut
Behind the scenes van de film Invasie
Behind the scenes van de film Invasie Foto Sjoerd Hilckmann

WILLEMSTAD – Filmproducties kunnen kosten die op Curaçao worden gemaakt niet opvoeren voor de Netherlands Film Production Incentive. Dat betekent echter niet dat Curaçaose filmmakers en filmprojecten zijn uitgesloten van alle subsidies van het Nederlands Filmfonds.


Dat verduidelijkt filmcommissaris Eloise van Wickeren van het Curaçao Film Office. Volgens haar moet onderscheid worden gemaakt tussen de Production Incentive en de reguliere, inhoudelijk beoordeelde subsidieregelingen van het Filmfonds.

De Production Incentive is bedoeld om filmproducties en hoogwaardige series naar Nederland te halen en daar economische activiteit te creëren. Producenten kunnen maximaal 35 procent van de kwalificerende productiekosten terugkrijgen die aantoonbaar in Nederland zijn besteed. Het Filmfonds omschrijft de regeling formeel als een subsidie in de vorm van een cash rebate, en niet als een belastingteruggave.

Bonaire telt wel als Nederland

Voor deze regeling worden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba tot Nederland gerekend. Uitgaven aan personeel, bedrijven en faciliteiten op deze eilanden kunnen daarom onder voorwaarden meetellen als Nederlandse productiekosten.

Curaçao, Aruba en Sint-Maarten zijn autonome landen binnen het Koninkrijk met een eigen belasting- en bestuurlijk stelsel. Productiekosten op deze eilanden worden binnen de Nederlandse stimuleringsregeling niet als Nederlandse uitgaven aangemerkt. Dat staat expliciet in de nieuwe reglementen van het Filmfonds.

Eloise van Wickeren, Film Commissioner Curacao Film Office

Volgens Van Wickeren is het daarom logisch dat Curaçao niet onder deze specifieke regeling valt. Het verschil met Bonaire vloeit voort uit de staatkundige positie: Bonaire is een bijzondere gemeente van Nederland, Curaçao is dat niet.

Dat maakt Curaçao bij Nederlandse producenten die maximaal van de Production Incentive willen profiteren wel minder aantrekkelijk als opnamelocatie. Lokale uitgaven op Curaçao verhogen immers niet het bedrag waarover de cash rebate wordt berekend en tellen niet mee bij het economische puntensysteem van de regeling.

Reguliere subsidies blijven mogelijk

De eerdere conclusie dat de Curaçaose filmsector volledig buiten de Nederlandse productiesubsidies valt, is daarmee te breed. Naast de automatisch en economisch beoordeelde Production Incentive kent het Filmfonds verschillende reguliere subsidieregelingen waarbij onder meer wordt gekeken naar artistieke kwaliteit, culturele waarde, talentontwikkeling en internationale samenwerking.

Curaçaose projecten kunnen via dergelijke regelingen wel voor ondersteuning in aanmerking komen. Welke mogelijkheden bestaan, hangt af van de regeling. Bij verschillende internationale coproductieregelingen is samenwerking met een Nederlandse producent noodzakelijk, terwijl sommige andere regelingen aanvragen toelaten van productiebedrijven die binnen het Koninkrijk zijn gevestigd.

Eigen stimuleringsregeling

Van Wickeren wijst erop dat het Curaçao Film Office al jaren pleit voor een eigen stimuleringsregeling. Daarmee zou Curaçao buitenlandse producenten financieel kunnen verleiden om op het eiland te filmen en lokaal personeel, apparatuur, accommodaties en andere diensten in te huren.

Een eigen Curaçaose incentive zou dus niet zozeer toegang geven tot Nederlands subsidiegeld, maar Curaçao in staat stellen zelf te concurreren met landen en gebieden die filmproducenten een cash rebate, belastingvoordeel of andere financiële tegemoetkoming aanbieden.


224 keer gelezen

Deel dit artikel: